Boektip: The Salt Fix van DiNicolantonio

Af en toe kom ik tijdens mijn boeken-ontdekkingstocht een nieuw boek tegen dat me volledig op een andere manier naar een bepaalde gewoonte of onderwerp laat kijken. ‘De Zout Fix’ van James DiNicolantonio (274 pagina’s) is er zo eentje; in dezelfde categorie als ‘The Big Fat Surprise’ van Nina Teicholz in verband met boter en vetten.

We kennen allemaal de richtlijnen ondertussen. Eet zo weinig mogelijk verzadigde vetten. Zeg nee tegen sigaretten. Ga regelmatig joggen. Leer je te ontspannen. Eet zo weinig mogelijk zout. Deze lijst van aanmaningen heeft ongetwijfeld een aantal zaken volledig juist.

Maar volgens cardiovasculair wetenschapper en auteur DiNicolantonio is er één groot probleem met dit lijstje; de grote meerderheid onder ons heeft die aanbeveling om een rem te zetten op hun zoutverbruik allerminst nodig. Integendeel, méér zout zou voor heel wat mensen beter voor de gezondheid zijn dan minder zout. Die these onderbouwt hij op een verstaanbare manier in zijn boek.

Wat mij betreft zou het voor een doorbraak kunnen leiden in een situatie waar ik ondertussen al een aantal jaren last van heb tijdens het voetbalseizoen. Ik noem het ondertussen “mijn zondagmiddag-flauwte”. Steevast begint het rond één uur ’s middags, ongeveer een uur na het einde van een zondagswedstrijd amateur-voetbal die ik speel: 90 minuten voluit gaan, véél lopen, véél zweten. Ik ben dan meestal bijna thuis (in de wagen) of net thuis.

Cynici zouden zeggen dat ik té oud ben geworden voor intensieve sportinspanningen. Want ongeveer een uur na de wedstrijd wordt het volledig zwart voor mijn ogen, moet ik gaan liggen, begin ik te zweten en heb ik soms zelfs geen zicht meer. Op dat moment vraag en krijg ik zo snel mogelijk food.  De “nodige snelle suikers” die iedereen me al lang systematisch aanraadt, heb ik op dat moment al meteen na de wedstrijd in de vorm van sportdrank of cola binnen gehad. Ondertussen beloof ik thuis zelfs al plechtig preventief én een banaan, én druivensuiker, én een cola onmiddellijk na de wedstrijd naar binnen te spelen. Zo ernstig ziet het eruit voor zij die in mijn buurt zijn als ik de flauwte krijg.

Zo gezegd zo gedaan. Maar dat suiker mijn probleem niet gaat oplossen is me ondertussen duidelijk. Di Nicolantonio spreekt in het boek herhaaldelijk over de mythe van suiker als energie:

By getting people to think of sugar as pure energy, the sugar industry helped create the general notion among the public that sugar was not inherently harmful. All we had to do was burn off the sugar calories, and we could consume as much as we wanted—and it was an appealing story to believe.

Suikers helpen bij mij dus niet met de flauwte. Eten op zich ook niet, hoewel ik door mijn slecht gevoel meestal snel vanalles eet, en het dan vanaf 13.15-13.30 stilaan beter gaat. Dat patroon herhaalt zich bijna elke week. Bij gewone trainingen of andere sportinspanningen heb ik die extreme flauwtes niet. En ook vroeger had ik hier geen last van.  Maar ondertussen heb ik er wel al een tweetal jaar last van. Vroeger had ik tijdens voetbalwedstrijden last van krampen. Die heb ik al jaren niet meer systematisch gehad, wellicht door een betere algemene conditie. Maar die krampen werden dus vervangen door dat volledig zwart-worden-voor-de ogen-gevoel elke zondag na een voetbalwedstrijd.

Dit boek heeft me doen inzien dat mijn probleem een stevig zoutprobleem zou kunnen zijn. En ik het wellicht zal fixen door systematisch een pak méér zout te verbruiken. Zeker in de uren net voor én net na mijn zware sportinspanning. In plaats van druivensuiker en cola plaats ik dus beter een zakje Hymalaya-zout in de wagen!

Di Nicolantonio spreekt in zijn boek namelijk over drie grote redenen die tot een zouttekort kunnen leiden. Laten die drie zaken net de activiteiten zijn waarin ik de laatste jaren behoorlijk in uitblink:

  1. De switch van een levensstijl rijk aan koolhydraten naar eentje rijk aan vetten; met andere woorden: minder pasta, brood, granen, koekjes, en heel wat méér groene groentes, vlees, olijfolie, eieren, spek en boter.
  2. Het dagelijks drinken van behoorlijk wat kopjes koffie
  3. Het overbruggen van grote afstanden, of of met andere woorden: vrij diep gaan en véél zweet afgeven tijdens een stevige sportinspanning.

Zout dus als de boosdoener. Of in Di Nicolantonio’s woorden:

When you start restricting your salt intake, the body starts to panic. One of the body’s defense mechanisms is to increase insulin levels, because insulin helps the kidneys retain more sodium. You start craving sugar and refined carbs like crazy, because your body believes carbohydrate is your only viable energy source. And, as the now-familiar story goes, the more refined carbs you eat, the more refined carbs you tend to crave.

Low salt is miserable. Low salt is dangerous. Our bodies evolved to need salt. Low-salt guidelines are based on inherited “wisdom,” not scientific fact. All the while, the real culprit has been sugar. And finally: salt may be one solution to—rather than a cause of—our nation’s chronic disease crises.

Een aantal andere inzichten die ik naast mijn mogelijke zondagmiddag-fix met veel plezier onthoud en deel uit het boek:

  • Meer dan veertig jaar lang hebben artsen, de overheid en de belangrijkste gezondheidsinstellingen ons verteld dat het consumeren van zout de bloeddruk verhoogt en daarom chronisch hoge bloeddruk veroorzaakt. Hier is de waarheid: er was nooit enig wetenschappelijk bewijs om dit idee te ondersteunen.
  • Het is bewezen dat je hartslag stijgt als je systematisch weinig zout eet. Die schadelijke werking komt bijna bij elk persoon voor die zijn zoutinname beperkt.
  • Je lichaam stimuleert je om elke dag verscheidene gram zout (ongeveer 8 tot 10 gram, gelijk aan 3.000-4.000 milligram natrium) te eten om in homeostase te blijven, een optimale toestand waarin je de minste stress op je lichaam legt. Anderzijds zou je de rest van je leven kunnen leven – en waarschijnlijk veel langer – zonder nog een gram toegevoegde suiker naar binnen te spelen.
  • We wenen zout, we zweten zout, en de cellen in ons lichaam baden in gezouten vloeistoffen. Zonder zout zouden we niet kunnen leven.
  • Zout is zelfs nodig om bloed doorheen ons lichaam te pompen.
  • In feite vertrouwt ons lichaam op elementen die we elektrolyten noemen – zoals natrium, potassium, magnesium en calcium – in onze lichaamsvloeistoffen om elektrische impulsen te geven die veel van onze lichaamsfuncties controleren. Zonder  voldoende natriumopname gaat ons bloedvolume naar beneden, wat kan leiden tot het afsluiten van bepaalde organen, zoals de hersenen en nieren.
  • Voor er koelingssystemen bestonden was zout de belangrijkste anti-microbe en conserveermiddel, waardoor de versheid van voedingsmiddelen weken- of zelfs maandenlang gegarandeerd werd als het goed ingeblikt werd. Zout werd als zo waardevol aanzien dat het gebruikt werd om Romeinse soldaten te betalen. Het stond ook symbool voor een bindende overeenkomst. De afwezigheid van zout op een Romeinse eettafel werd geïnterpreteerd als een onvriendelijke daad, die zelfs verdacht was. Het was de levensmacht van de oude wereld.
  • Het goede nieuws is dat heel wat gezonde mensen zich geen zorgen moeten maken over zoutoverbelasting. Het lichaam zorgt zelf voor de verwerking van eventuele excessen.
  • Wetenschappelijk onderzoek suggereert dat het optimale bereik voor natriuminname 3 tot 6 gram per dag is (ongeveer 1⅓ tot 2/3 theelepel zout) voor gezonde volwassenen, niet de 2,300 milligram sodium (minder dan 1 theelepel zout) per dag die gewoonlijk wordt geadviseerd.
  • Onze java-junkie gewoontes en onze afhankelijkheid van energiedranken, thee en andere cafeinerijke dranken kunnen leiden tot zoutuitputting omdat cafeïne als natuurlijk diureticum fungeert, en het zowel water als zout uit de nieren haalt.
  • In feite is er bewijs dat een verlies aan zout gevaarlijker is dan een verlies aan water, omdat het het vermogen van het lichaam om bloed te doen circuleren vermindert en het bloedvolume uit het hart méér vermindert dan waterverlies doet. Zoutuitputting, zelfs bij niet-getraumatiseerde dieren, kan leiden tot een vorm van perifere vasculaire ineenstorting die lijkt op traumatische shock. Dit gebeurt niet als er sprake is van ‘wateruitputting’.
  • In één rapport leidde verminderde natriuminname tijdens hoge intensiteit tot verhoogde krampen en spiervermoeidheid; wat dan weer tot verminderde loopprestaties leidde; uiteindelijk veroorzaakte het algemene vermoeidheid, gewrichtspijn, slaapstoornissen, circulatoire stoornissen en duidelijk méér dorst. Al deze symptomen verbeterden toen mensen hun inname in sodium verhoogden – zelfs als ze harder trainden, verdwenen hun ‘symptomen van overtraining’. Ik kan me hier persoonlijk volledig iets bij voorstellen.
  • De ‘dorst’ die we ervaren tijdens sportinspanningen, vooral bij uithoudingsatleten, is heel waarschijnlijk te wijten aan het ontbreken van zout, niet van water. Nemen we zout in, dan merken we op dat we minder dorst hebben. Kraantjeswater heeft een natriumgehalte van slechts 1 tot 3 mmol / L, terwijl zweet 20 tot 80 mmol natrium per liter bevat. In principe is je zweet zeven tot tachtig keer zo geconcentreerd in natrium als kraantjeswater, dus je moet hydrateren met iets dat veel meer zout bevat dan gewoon kraantjeswater.
  • Hogere hoeveelheden aan ketonen, een grotere afgifte van glucagon en lagere niveaus van insuline – wat allemaal voorkomt bij een dieet dat laag is aan koolhydraten – zorgt voor een grotere uitscheiding aan natrium.
  • Eén theelepel zout verbetert al het uithoudingsvermogen; het geeft de atleet een veel intensere “pomp” door een toename van de bloedsomloop, het bloedvolume in de slagaders wordt verhoogd, aangezien water in de slagaders wordt getrokken en de organen beter worden geperfereerd. Door zout te vermijden, beperken intensieve sporters zichzelf, verhogen ze de bijwerkingen en gevaarlijke risico’s van “circulatoire ineenstorting” en nemen hun prestaties ook in de gym bijvoorbeeld af. Zout is eigenlijk de poort naar sterkere spieren, een langer uithoudingsvermogen en een steeds betere lichaamsbouw.
  • Eet je gezonde voeding die hoog scoort in magnesium, calcium en potassium, dan zal zout de bloeddruk niet verhogen.
  • Zoutbeperking verhoogt de hartslag. Eventuele uitdrogingsgerelateerde bloeddrukvermindering die je kan krijgen van zoutbeperking, wordt gecompenseerd door een grotere toename van de hartslag. Dus terwijl je een vermindering van 2 procent in je bloeddruk kan zien, hebben de meeste mensen een hartslagtoename van 10 procent. Dit laatste verklaart wellicht mijn hogere hartslag toen ik strikt keto ging tijdens mijn marathon-periode eind april/begin mei. Heel de tijd besefte ik al de belangrijke rol van zout, maar het is pas bij het lezen van dit boek, dat ik de ENORME rol op mijn lichaam van zout ben beginnen inzien.

Voor zij die niet graag lezen, is dit interview met auteur James DiNicolantonio een goede start.

  1. […] reden hiervoor is dat je een tekort krijgt aan sodium (zoutontbering) bij een dieet met weinig koolhydraten. Een hoge hoeveelheid koolhydraten zorgt […]

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: