Bore-of burn-out vermijden, door de lens van het verleden

TL;DR: We maken met z’n allen de transitie mee van een kenniseconomie naar een ondernemende economie. De prijs die we hiervoor betalen zijn negatieve sociale uitvindingen zoals burn- en bore-out. Zij die zich wapenen voor die ondernemende economie zullen bespaard blijven van mogelijk negatieve sociale gevolgen.

————————————–

Het aantal burn-outs neemt toe, omdat de druk toeneemt. Op en naast de werkvloer. Mensen worden steeds banger om van job te veranderen. Aan het woord is Luk Dewulf, auteur van Stop Burn-Out. Ik lees de passage in een interessant artikel van De Tijd ‘Thuiszitten met een burn-out helpt meestal niet’.

Tweeverdieners moeten een huis afbetalen. Daardoor moeten ze wel met twee blijven werken. Het risico om zonder vast werk te vallen, willen ze niet nemen. Daardoor blijven mensen te lang hangen in jobs die hen niet liggen, op plekken die hen ziek maken.

Het is een fenomeen dat we allemaal kennen, ook ik. Die gouden kooi niet verlaten, zelfs al glanst die kooi al lang niet meer. Het gevolg is dat er meer en ernstiger gevallen van uitputting en burn-out voorkomen.

Mijn eerste gedachte toen ik het las: dat zal mij niet overkomen. En onmiddellijk dacht ik erbij ‘Waarom eigenlijk?’. In dit artikel probeer ik wat extra context te geven bij een probleem waarvoor niemand een duidelijke oplossing heeft. Ik dus ook zeker niet. Alleen kwam vanuit mijn buikgevoel de zekere stelligheid dat het mij niet zal overkomen.

Om die gedachtegang te begrijpen, neem ik je even mee doorheen de concepten van twee boeiende boeken. De belangrijkste conclusie die je eruit kunt trekken, is dat we met z’n allen een transitieperiode meemaken van een kenniseconomie naar een ondernemende economie. De prijs die we hiervoor betalen zijn negatieve sociale uitvindingen zoals bijvoorbeeld burn- en bore-out. Zij die zich wapenen voor die ondernemende economie zullen bespaard blijven van mogelijk negatieve sociale gevolgen.

Midlifecrisis van de Homo Sapiens

Het laatste jaar krijg ik af en toe te horen dat ik in een midlifecrisis zit. De reden? Mijn “middelbare” leeftijd, zoals dat zo mooi heet. En de veranderingen die ik doorvoer. Zo lijk ik vanop afstand heel wat zaken anders aan te pakken. Vanzelfsprekende elementen in mijn leven moeten de schop op.

Mijn carrière? Klassiek gezien, bij het huisvuil gezet.

Mijn gezondheid? Belangrijker dan pakweg tien jaar geleden.

Mijn dagindeling en sportactiviteiten? Meer doordacht.

Zéker heel wat veranderingen dus. Een zoektocht ook, maar geen nieuwe. Onbewust borrelen die zaken al veel langer op. En leeft dit bij vele mensen.

Pas nu heb ik tijd en zelfvertrouwen om de dingen helder te zien. Met het bijkomende besef dat wat anderen “midlifecrisis” noemen niet een eenmalige gebeurtenis zal blijven.

Heel wat mensen gaan zich in de toekomst elke paar jaar, en niet elke veertig jaar, in vraag stellen.

Ooit was het levenslang leren. Binnenkort is het wellicht permanent heruitvinden. Waarom? Het is het beste, ultieme recept om die mogelijke bore-of burn-outs te lijf te gaan. En dus een uiterst belangrijke ‘sociale uitvinding’.

Maar laten we eerst beginnen bij het begin. Lang, lang geleden!

De mens leeft vooral in illusies

sapiens

“Sapiens: a brief history of mankind” is het bestseller-boek van de 38-jarige Israëlische historicus Yuval Noah Harari. Hij nam er de taak ter harte om de hele evolutie van de menselijke beschaving in een paar honderd pagina’s te vertellen. Je komt er te weten hoe wij, Homo sapiens, de aarde konden domineren en wat de toekomst voor ons in petto heeft.

Drie grote menselijke revoluties 

De menselijke geschiedenis werd gevormd door drie grote revoluties:

  1. de Cognitieve Revolutie (70.000 jaar geleden),
  2. de Agrarische Revolutie (10.000 jaar geleden),
  3. de Wetenschappelijke Revolutie (500 jaar geleden).

Deze revoluties hebben mensen de mogelijkheid gegeven om iets te doen dat geen enkele andere levenssoort kon, namelijk de creatie en verbinding rond ideeën die fysiek niet bestaan. Denk hierbij aan religie, capitalisme en politiek.

Deze gedeelde mythes zorgden ervoor dat we de wereld konden domineren en dat de mensheid de krachten van natuurlijke selectie kon overwinnen.

Het verhaal van Harari is er zeker niet één van vooruitgang; eerder een kille analyse waarin ernstig wordt getwijfeld aan onze progressie. Harari maakt zelfs aannemelijk dat mensen door de millennia heen vooral steeds méér in illusies zijn gaan geloven.

Zo veronderstellen we vaak dat de mens steeds individualistischer en vrijer werd. Maar Harari ziet juist groeiende individuele zwakte.

Hoe? Wel, jagers/verzamelaars moeten overleven met de kennis van het individu. Onze verre voorouders moesten heel veel zélf weten: gereedschappen en kleren maken, ziektes genezen, aanvoelen waar het wild rondliep. Op dat ogenblik zijn er wel andere stamleden die kunnen helpen, maar in principe moet je alles zelf kunnen.

Later, en dus in de loop van de geschiedenis, werd het leven steeds meer beheerst door specialisten. 99,5 procent van wat we nu nodig hebben, halen we elders vandaan.  In de laatste tienduizend jaar is dat brein van de Homo sapiens zelfs gaan krimpen. Wat voor Harari de logica zelve is. We hoeven individueel veel minder te weten. De mensheid is een bijenkorf geworden, afhankelijk van de collectieve eigenschappen van de korf.

De mens en groepsdynamiek

Een aantal aandachtspunten uit het boek die me frappeerden en relevant zijn voor het burn-out verhaal.
Een denkbeeldig realiteit is geen leugen omdat de hele groep het gelooft. (Yuval Noah Harari in Sapiens)

  1. Mensen bereikten de top van de voedselketen relatief snel. De rest van de voedselketen was hier niet kaar voor. En wij ook niét. We voelen ons angstig en gestresseerd omdat we het niet gewoon zijn aan de top te staan.
  2. Het vermogen om denkbeeldige realiteiten en entiteiten te creëren is het echte verschil tussen de homo sapiens en andere dieren. Het is de basis van onze economie, van onze maatschappij en van heel onze geschiedenis. Op individueel niveau verschillen we nauwelijks van de chimpansees. Zet je één mens en één chimpansee samen op een onbewoond eiland, dan zal de mens wellicht eerder omkomen. Maar samenwerken in grote getallen kan geen dier zo goed als wij. Plaats je 1.000 mensen en 1.000 chimpansees op een onbewoond eiland, en dan besef je dat de mensen zullen winnen. Chimpansees kunnen alleen samenwerken als ze de andere chimpansee kennen, als ze weten wie wat prettig en vervelend vindt. Mensen hebben dat allemaal niet nodig.
  3. Chimpansees kunnen geen groepen vormen van 50 of meer. Bij mensen ligt de groepsgrootte gewoonlijk op 150. Bij grotere groepen kan er niet op roddel en persoonlijke communicatie vertrouwd worden. Je hebt iets meer nodig om grote groepen mensen te doen samenwerken.

Ook Dewulf waarmee ik begon, spreekt over onze illusies.

De meeste burn-outs zijn relationeel. Relaties op het werk – vaak zelfs een verstoorde relatie met één persoon – veroorzaken het energieverlies. Een baas met wie je moeilijk kan communiceren, collega’s die projecten afsnoepen… Net zoals je niet succesvol kan zijn zonder de anderen, krijg je geen burn-out zonder de anderen.

In een goed functionerende partnerrelatie spelen positieve illusies een belangrijke rol. Je hebt van je partner een positiever beeld dan je partner van zichzelf heeft. En omgekeerd. Als de positieve illusie lang verstoord is, is er een relatiecrisis. Ook in werkrelaties zijn positieve illusies belangrijk. Doordat je collega’s en leidinggevende een positief beeld van je hebben, kan je jezelf overstijgen. Maar als ze een negatieve illusie over je hebben, zet dat een dynamiek in gang waardoor je aan jezelf begint te twijfelen en steeds minder kan.

En dus rijst de vraag. Waarom maken we ons zo veel wijs? Harari gaf in Sapiens hiervoor een denkpiste als hij spreekt over die denkbeeldige gemeenschap en het echte verschil tussen de Homo Sapiens en andere dieren. Of nog:

Je ziet het in religies en kerken, maar ook bij wereldrijken, koninkrijken en handelsnetwerken: allemaal verbeelde gemeenschappen, imagined realities. Het zijn de verhalen die alleen wij mensen vertellen en waarin alleen wij mensen echt geloven. Nooit zul jij een chimpansee kunnen overtuigen jou een banaan te geven, met als argument dat hij na zijn dood in de chimpanseehemel onbeperkt bananen zal krijgen. Alleen mensen overtuig je daarmee. Dat geloof in een verhaal is de basis voor álle grootschalige menselijke samenwerking. Het is veel breder dan religie.

Het beste antwoord is dus: samenwerking tussen grote aantallen individuen. Misschien 200 à 500 mensen die samen dingen doen. Dat vinden we nu weinig, maar vergeleken met wat er toen op aarde bestond was het uniek. 500 samenwerkende sapiens waren veel machtiger dan 50 Neanders of 50 chimps, bij hen de maximale groep.

Ondertussen zijn we dus machtiger dan ooit te voren, duizend maal sterker, met onze atoombom, het DNA, de reis naar de maan en – als het van Elon Musk afhangt – binnenkort misschien de kolonisatie van Mars. Maar we zijn nu niet duizend maal gelukkiger dan in de middeleeuwen of langer geleden.

Groei van de Westerse samenleving

De boodschap is dat we als sterkste soort allesbehalve in balans zijn. Wat zou hiervoor de verklaring kunnen zijn?

12646778-_uy400_ss400_

Een mogelijke uitleg hiervoor kan je in een ander boek lezen, ‘The Fourth Economy’ van Ron Davison. De concepten uit het boek zijn complex en diepgaand, en daardoor heel moeilijk in een paar zinnen samen te vatten. Maar houd vol, want het is best interessant.

Davison integreert de laatste 714 jaar Westerse geschiedenis in één enkel coherent framework. Wat mij bij dit soort boeken altijd interesseert, is hoe een aantal van de concepten toegepast kunnen worden in onze dagelijkse activiteiten. Om de leesbaarheid te vergroten heb ik een aantal van Davisons letterlijke quotes uit het boek vertaald.

Zitten we wel in een pijnlijke recessie? 

Blikken we terug op de voorbije 50 jaar dan zie je dat de Amerikaanse economie (perspectief is zoals zo vaak in dit soort literatuur uiteraard VS-gericht) geëvolueerd is van de productie van 2.5 miljoen jobs per jaar in de periode 1960 tot 2000, tot een realisatie van 100.000 jobs per jaar in deze eeuw.

Hoewel de algemene kijk vaak is dat we in een pijnlijke globale recessie zitten, is er een andere mogelijkheid ernaar te kijken. En dat is dat we een transitie maken tussen twee verschillende economische periodes.

De hoofdstelling van Davison is dat indien we een economische en sociale grens hebben bereikt, meer investeren in de beperking, namelijk kenniswerk, ons niet uit onze huidige conditie gaat halen. De shift naar een ondernemende economie is net de enige manier om ons groei te bezorgen, zowel op macro- als microschaal.

Om die stelling te onderbouwen, gaat Davison 700 jaar terug in de menselijke geschiedenis. Hij bespreekt de verschillende economische periodes die het Westen doormaakte en de verschillende karakteristieken van elke periode.

Onze evolutie en vooruitgang zie je duidelijk in zijn schema (dat ik hieronder heb vertaald en aangepast).

2017-01-31_1201

Grenzen aan vooruitgang

Bij elke overgang naar een ander ‘economisch tijdperk’, zagen we afnemende meeropbrengsten als we nog langer investeerden in de vorige ‘limiet’. Of anders uitgedrukt: de beperking die de economie tegenhoudt om te groeien, is geshift. In de huidige vierde fase is dat dus ‘ondernemerschap’. Dat zie je hierboven in de kolom ‘limiet tot vooruitgang’.

De eenvoudigste manier om dit te begrijpen is te kijken naar wat Eli Goldratt de beperkingentheorie (TOC: Theory of Constraints) heeft genoemd, voornamelijk relevant bij het fabriceren van goederen.

Het komt erop neer dat er in elk proces knelpunten zitten. Dat zijn knooppunten van deelprocessen die gepasseerd moeten worden vooraleer de volgende deelprocessen in gang gezet kunnen worden. Hierdoor ontstaat er een plafond voor de capaciteit van een systeem. Het knelpunt in het systeem blijkt vaak met eenvoudige middelen op te lossen. Door een beperkte investering is men vaak in staat om een grote verbetering voor het totale proces door te voeren. Goldratt zegt dat een uur gewonnen op de bottleneck een uur gewonnen is voor het totale proces. Een uur gewonnen op een niet-bottleneck is een verloren inspanning.

Toen ik jobstudent was, heb ik een maand lang aan een lopende band van een glasfabriek gewerkt. Stel je even voor dat er aan die band drie secties waren. Twee van die secties kan 100 eenheden glas produceren per uur, terwijl de derde maar 50 eenheden per uur kan produceren. Elke investering die geen verbetering van de derde sectie is, zal de uitkomst niet verbeteren. Als je de eerst twee verdubbelt, kan je 200 eenheden glas per uur produceren, terwijl de derde nog altijd maar 50 eenheden kan produceren. Hierdoor heb je op het einde van de dag aan diezelfde band nog altijd maar 50 eenheden per uur.

Uiteraard is dit een enorme vereenvoudiging in een macro context. Economieën en samenlevingen zijn veel complexere systemen dan een productieband, en dus kunnen er verschillende beperkingen bestaan in éénzelfde samenleving.

Zo zijn er vandaag de dag nog altijd landbouwers en producerende bedrijven, maar het grootste segment van de Westerse maatschappijen is tewerkgesteld in de kenniseconomie.

En toch is het een handig ezelsbruggetje om te begrijpen hoe een investering in één bepaalde sector werkt.

2017-01-31_1207

Wanneer die limiet (voor groei) van zo’n economie shift doorheen die vier fases, van land naar kapitaal, van kapitaal naar kenniswerkers, van kenniswerkers naar ondernemerschap, dan weten we dat intensief investeren in wat voordien altijd heeft gewerkt, de output niet zal verbeteren.

Het perspectief van een Industriële Economie

Laten we er even historisch naar kijken.

Bij de start van een industriële economie, is de limiet van de gemeenschap het kapitaal; zonder machines of geld gebeurt alles handmatig. En dus hebben mensen maar weinig spullen. Aan het einde van een industriële economie hebben mensen genoeg machines en geld om heel wat producten te maken.

Wat is er gebeurd? De limiet is geshift van kapitaal naar kenniswerkers, die heel wat kunnen realiseren. Daardoor kunnen reclamebureaus bijvoorbeeld spotjes en campagnes bedenken voor de producten die het kapitaal creëert. In verschillende fases van hun ontwikkeling hebben economieën bepaalde limieten en het zijn die beperkingen die hen vormen.

Om de limiet van kapitaal te overwinnen, zou een gemeenschap een bank of stoommachine kunnen uitvinden. Zodra de limiet is overwonnen, heeft de gemeenschap een keuze: stagneren door te focussen op wat ooit een beperking was of zichzelf heruitvinden door haar focus te shiften op de nieuwe beperking.  (Ron Davison, The Fourth Economy)

De vraag is dus of we op dit ogenblik stagneren omdat we slechts in een recessie zitten of omdat we op de verkeerde limiet focussen?

In één bepaalde fase van ontwikkeling, kan je vooruitgang boeken door enkel het slagingspercentage op hogescholen/universiteiten te verhogen, wat leidt tot meer output kenniswerkers. In de volgende fase zal het doen stijgen van slagingspercentages amper vooruitgang opleveren; de limiet is geshift.

Kenniswerk, over alle domeinen heen, wordt steeds vaker competitief en bovendien een commodity.

Integendeel, wat typisch niét aanwezig is bij bedrijven en individuen – en dus een beperking is – is ondernemerschap: de vaardigheid om bestaande grondstoffen (land, kapitaal en kennis) te benutten voor betere (vaak meer winstgevende) doeleinden.

In dat opzicht is het heel boeiend af en toe te kijken naar nieuwe opkomende sectoren zoals de blockchain- of VR-industrie en te zien welke personen met welke achtergronden daarin meespelen. Vaak zijn het geen spelers met een klassiek schoolcurriculum op zak.

In een ondernemende economie worden de beperkingen om te kunnen groeien niet opgelost door een klassieke kijk en ‘best practices’, maar door individuen gepokt en gemazeld in vallen & opstaan.

Een interessant recent voorbeeld hiervan is Swarm City, een pas opgericht gedecentraliseerd systeem van de peer-to-peer economie. De exacte omschrijving van wat ze zelf aan het creëren zijn, kunnen de bedenkers ervan niet onder woorden brengen, en toch zien ze een nood, conceptualiseren ze, ontwikkelen ze en hebben ze een roadmap voor de toekomst. Ze spelen een rol in sociale innovatie.

Een verschuiving van de limieten

Zodra we aanvaarden dat we een overgangspunt hebben bereikt, is de vraag wat er moet gebeuren om terug naar groei te gaan. In elke voorafgaande economische transitie vonden er twee revoluties plaats.

  1. Een Economische (of Technologische) Revolutie – transformatie van de dominerende instelling (in het huidige geval, de onderneming)
  2. Een Sociale Revolutie – een verandering in dominante speler (in het huidige geval de ondernemer/het individu)

2017-01-31_1202

Wanneer we evolueerden van de Industriele Economie naar de Kenniseconomie, verschoof die limiet van kapitaal naar kenniswerkers. Banken waren extreem efficient geworden om kapitaal te produceren, maar de economie had niet voldoende kenniswerkers om te groeien.

Omdat de onderneming kenniswerkers op een meer doeltreffende wijze wist te produceren dan banken, verschoof de macht van banken naar organisaties. (Uiteraard wil dit niet zeggen dat instellingen zoals bank of natiestaat, die ervoor heel dominant waren, opeens geen macht meer hadden. Ze hadden er relatief minder dan ervoor.)

In de jaren 70 evolueerde bankieren van een model op basis van relaties naar één op basis van transacties. Het werd een commodity.

De vraag voor kenniswerkers overschaduwde op een bepaald ogenblik de vraag voor kapitaal. Banken geraakten onderworpen aan ondernemingen.

Implicaties voor de Ondernemende Revolutie

Volgens Davison is op dit ogenblik het proces om ondernemer te worden vergelijkbaarbaar met het proces om kenniswerker te worden rond het jaar 1900. Het is mogelijk, maar nog echt moeilijk genoeg dat maar weinigen de stap zetten.

Het lijkt dat nu hetzelfde aan het gebeuren is met ondernemers en bedrijven.

Al jaren worden ondernemende bedrijven overgenomen door grote klassieke ondernemingen. En dit voor op het eerste zicht absurde en steeds hogere bedragen.

Ondernemende bedrijven zoals What’s App, Uber, Airbnb, Oculus Rift hebben allemaal een veel hogere waardebepaling dan wat éénder welk traditioneel bedrijf. Terwijl traditionele brick-and-mortar bedrijven kopje onder gaan, is er sprake van veelvouden in de cijfers van technologie en internet gebaseerde bedrijven.

Toen ik bij Truvo in 2008 begon, was mijn eerste opdracht een kleine start-up in Europa te zoeken die ons moest helpen een type product-aanbod als yelp (recensie-site) te verkrijgen. We kochten die tweemanszaak voor heel wat euro’s en integreerden het team, de Ruby on Rails software en de kennis vervolgens in het bedrijf. Heel veel grote traditionele bedrijven begrijpen maar al te goed dat een injectie ondernemerschap een troef kan zijn, zowel voor je productaanbod als voor je cultuur.

Op hetzelfde moment dat mensen klagen dat overheden, banken en grote bedrijven de economie niet vooruit helpen en heel wat persoonlijke tijd en energie gebruiken om inflatie voor te zijn, zijn er heel wat kleine en ondernemende bedrijfjes die sneller dan ooit groeien. Het is niet ongewoon om bij kleine online bedrijven 100% groeicijfers te zien.

De Long Tail van de Ondernemer

De dominante instelling is aan het evolueren van corporate CEO naar ondernemer. Het individu is de dominante speler aan het worden. Zijn hefboom wordt steeds langer.

In parallel met de evolutie van dominante instelling van bedrijf naar ondernemer, heb je de bijkomende trend van de transformatie van het individu. Termen zoals freelancer-natie hebben overal in de wereld aan populariteit toegenomen. In Amerika beschouwt al meer dan één derde van de Amerikanen zich freelancers. Ooit was de freelancer het kneusje van de arbeidsmarkt.

Vandaag is hij een benijdenswaardige zelfstandige die zijn werk rond zijn leven organiseert, zo berichtte onlangs de krant De Morgen. Het aantal freelancers zou bij ons in Belgie jaarlijks met meer dan 5 procent groeien. En nergens zou de jobtevredenheid groter zijn dan bij hen.

De sociale uitvinding is in de lift

De technologische uitvinding is een vernieuwend ontwerp (Davison gebruikt term: novel design) dat entiteiten dingen laat samendoen die ze niet in hun eentje kunnen. Een sociale uitvinding is een vernieuwend ontwerp dat mensen dingen laat samendoen die ze in hun eentje niet konden realiseren. (Ron Davison, The Fourth Economy)

Geld is enkel geld omdat we aanvaarden dat het geld is. Zodra we allemaal aanvaarden dat de munteenheid van een natie geen waarde meer heeft, heeft het geen waarde meer.

Wanneer we aanvaarden dat informatie op magnetische strips die we op een stukje plastic plaatsen, waarde heeft, dan heeft het waarde. Of iemand een slaaf, werknemer of mede-eigenaar is van een onderneming is niet inherent aan één of andere fysieke realiteit of afhankelijk van brute feiten, maar is enkel waar als een institutioneel feit. (Ron Davison, The Fourth Economy)

Veel van wat we als sociale normen aanvaarden zijn eigenlijk sociale uitvindingen. Monogamie, de natiestaat, bedrijfsstructuren, zijn niet de ‘norm’ in absolute zin. Het zijn sociale uitvindingen die op een bepaald ogenblik in de geschiedenis niet bestonden, en in sommige delen van de wereld nog altijd niet bestaan. Wat evolueert is dat onze levens meer bepaald worden door sociale uitvindingen dan éénder welke natuurwet.

We gebruiken een scheermachine om te scheren (een technologische uitvinding), shampoo om ons haar te wassen (meer technologie), een borstel om te kammen (technologie) zodat we er modieus uitzien (een sociale uitvinding), en we doen het snel om op tijd te zijn (sociale uitvinding) en hierdoor een goede werknemer lijken (sociale uitvinding). (Ron Davison, The Fourth Economy)

Een slaaf in de 16de eeuw had bovenstaande bekommernissen niet. Wanneer hij opstond, moest hij vooral zijn feodale meester niet in het harnas jagen en niet sterven van honger, ondervoeding of besmettelijke ziekte (van die laatste 2 wist hij nog niet dat die bestonden).

Het is moeilijk voor hem om zich zorgen te maken hoe hij zich moest kleden en of ie wel op tijd zou geraken. Ondanks het feit dat het een steeds groter wordende rol speelt in onze dagelijkse levens wordt er heel weinig aandacht besteed in onze cultuur aan de sociale uitvinding. We weten allemaal wie de telefoon of elektriciteit uitvond. Maar wie de natiestaat of de onderneming uitvond? Geen idee!

Sociale technologieën die verandering teweegbrengen, hebben niet altijd bestaan. En toch doen we alsof dat wel altijd zo was.

Eén gevolg van het negeren van sociale uitvindingen als uitvindingen is dat we minder geneigd zijn erover te denken als iéts dat we moeten veranderen.

Maar dit is dus aan het veranderen.

Kijk maar eens rondom jou. Heel wat startende bedrijven en kmo’s die geleid worden door ondernemers begrijpen de rol van sociale uitvinding in de transitie van kenniseconomie naar ondernemende economie.

Alleen noemen ze het anders. Ze noemen het cultuur. Dat er een groeiend besef hiervoor was, merkte ik zelf de allereerste keer op bij het lezen van het inspirerende ‘Delivering Happiness‘ van Tony Hsieh, waar hij het heeft over het realiseren van een bedrijfscultuur bij Zappos. In zijn ogen kan iedereen zijn website, producten of leveranciers kopiëren, of zelfs proberen zijn medewerkers van hem weg te halen. Maar niemand kan zijn cultuur kopiëren.

Binnen een organisatie is technologische uitvinding, of het product of dienstverlening dat je maakt, belangrijk. Maar sociale uitvinding, je cultuur, is steeds belangrijker aan het worden voor het succes van het bedrijf en de mensen binnen dat bedrijf. Op bedrijfsniveau kan een bedrijf met de ‘juiste’ bedrijfscultuur succesvol zijn zelfs indien hun hele technologische domein verandert.

Venture Capitalists beseffen dit. Volg je de blog van VC Fred Wilson, dan besef je al snel dat er eerder geïnvesteerd wordt in de juiste stichters dan in het juiste idee. Dat was tien jaar geleden wel anders.

Bedrijven, organisaties en ondernemers hebben veel meer kans op slagen als ze zichzelf zien als sociale ondernemers dan als technische kraks.

Terwijl er zeker nog veel vraag is naar technologische evolutie, is het goed mogelijk dat we naar een periode aan het verschuiven zijn waarbij sociale uitvinding het belangrijkste is.

Overleeft de “carrière” die hele transitie?

En dus is de logische vraag of startende ondernemingen misschien niet minder tijd en middelen in hun product moeten steken en meer in de cultuur ervan? Ook in België tref je steeds vaker bedrijven aan, zeker in de digitale sector, die dit beseffen en trachten te realiseren.

Terwijl de dominante speler verschuift van onderneming naar individu, institutionaliseert persoonlijke ontwikkeling.

‘Work/life balance’ wordt work/life integratie. Wat ook een betere term is want work/life impliceert tegengestelde krachten. Integratie impliceert meer synergie. De filosofie wordt dan: voor mij is er enkel leven en daarbinnen activiteiten die geld opbrengen en geld kosten. Met als doel op het einde van het jaar meer activiteiten te doen die geld opbrengen dan kosten. Daarbinnen mag je bij wijze van spreken constant op vakantie zijn.

Datzelfde denken zie je bij ondernemers. Stel hen de vraag hoeveel ze werken. Typische antwoorden zijn “de hele tijd” of “nooit”. En bij dat laatste voegen ze dan soms toe, want ‘mijn passie is mijn werk’.

Werk als concept ondergaat veranderingen. Peter Hinssen verwacht niet dat de carrière het zal redden.

Zoals de ervaring van een kenniswerker dramatisch verschilt van dat van een industrieel werker, zo ervaren ondernemers werk heel anders dan kenniswerkers.

Zinvol werk en productiviteit als antigif

Zoals besproken in “Een poging ondernemerschap te herdefiniëren” is het opvallend dat onze levenskwaliteit de voorbije 100 jaar alleen maar exponentieel is toegenomen. Alles is super, maar niemand is gelukkig.

Deze attitude in de schoenen van een bedorven generatie millennials schuiven, is naast de kwestie, zoals Simon Sinek recent sterk verwoordde.

Macht heeft zich in het verleden altijd verspreid. En dat gaat nu ook niet anders zijn. Millenials zouden een grotere levenskwaliteit en meer macht moeten hebben dan de generaties voor hen.

Wees maar zeker dat onze kinderen meer levenskwaliteit zullen hebben dan wij zelf.

Het punt is dat ondanks alle opties en toegang dat we als consument hebben, de meeste mensen steeds meer ontevreden zijn als producenten. Ze hebben net work/life balance nodig omdat het werkgedeelte in de schaal hen naar beneden trekt.

De tijdsgeest is duidelijk één van uitkijken naar het weekend (TGIF!) en op maandag terug verlangen naar het einde van de week. Als consument zijn we in opperste stemming en als producent zijn we doodongelukkig. Bij mij was het vaak omgekeerd. In het weekend winkels moeten afschuimen heb ik altijd als een verschrikkelijke ervaring gezien.

En dat zie je mondjesmaat ook in heel wat modernere bedrijven. Ze managen niet top-down, command-and-control maar hebben een opendeurbeleid. Ze beseffen dat keuzevrijheid en permanente persoonlijke ontwikkeling essentieel zijn.

Het is verbazingwekkend hoeveel je kan bereiken als je werkt aan zinvolle, vrij gekozen doelen, in tegenstelling tot iemand die moet werken op een willekeurig gekozen taak. Samenwerkingen en joint venture opportuniteiten laten ondernemers samenwerken aan de doelstellingen die ze delen. Werk is in toenemende mate zinvoller EN productiever aan het worden. Hierbij fungeert het bedrijf steeds vaker als de opvoedende plek voor de ondernemende economie.

Universiteiten doken in het verleden op als een oplossing om het tekort aan kenniswerkers op te lossen. En hoewel die universiteiten zich trachten opnieuw uit te vinden om het tekort aan ondernemers op te lossen, zijn het vooral start-ups en kleine bedrijfjes die dit probleem (gaan) fixen.

De kennis die ik gebruikte bij de uitwerking van alle projecten de voorbije jaren en voor mijn werk aan rentaloft, kwam niet van formele scholing.

In een wereld waar ondernemerschap groei afremt en sociale uitvinding ondernemerschap afremt, zouden die sociale uitvindingen die de transitie van kenniseconomie naar ondernemende economie faciliteren, wel eens de meest schaarse grondstof (en de meest waardevolle) in onze huidige economie kunnen zijn.

Mensen die in hun denken hiernaar kunnen evolueren, zullen op lange termijn wellicht het minste kans hebben op die akelige burn- of bore-out.

Besproken literatuur:

  1. […] We zitten volop in de transitieperiode van de kenniseconomie naar de ondernemende economie. Ook huishoudens zijn aan het veranderen. Wil je succesvol op alle fronten meedraaien, moet je […]

  2. […] bij velen kan het omgekeerde op termijn leiden tot burn-out of bore-out. Twee kanten van dezelfde […]

  3. […] zijn. Zoals ik al vaker schreef, de transitie is ingezet. Er is geen weg terug. De transitie van kenniswerker naar ondernemerschap zal in 2050 heel wat verder staan. Zoals bij alles heb je ‘Early Adopters’, en aan het […]

  4. […] zijn. Zoals ik al eerder schreef, de transitie is ingezet. Er is geen weg terug. De transitie van kenniswerker naar ondernemerschap zal in 2050 heel wat verder staan. Zoals bij alles heb je ‘Early Adopters’, en aan het […]

  5. […] We zitten volop in een transitiefase van kenniseconomie naar ondernemende economie. Ook huishoudens zijn aan het veranderen. Wil je succesvol op alle fronten meedraaien, moet je […]

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: